|
|
|
Herkenbaarheid Uiterlijk Verspreidingsgebied Levenswijze Ontwikkeling Bijzonderheden ![]() |
| Herkenbaarheid |
| De wespspin is in één oogopslag te herkennen aan het contrasterende strepenpatroon op het achterlijf en de poten. |
| Uiterlijk |
|
Het onopvallend gekleurde mannetje van de wespspin, die ook wel tijgerspin wordt genoemd, heeft een lichaamslengte van slechts 4 - 6 mm. Het wijfje is 14 - 17 mm lang. Ze heeft opvallende zwart-gele of zwart-witte dwarsstrepen. |
| Verspreidingsgebied |
|
Deze wespspin, die oorspronkelijk in het Middellandse-Zeegebied thuishoort, is sinds enkele tientallen jaren ook noordelijker te vinden. Plaatselijk komt hij voor in Frankrijk, Duitsland, Belgiê, Zuid-Engeland en het zuidoosten van Nederland. Hij leeft op zonnige hellingen met een lage begroeiing, onder andere op droge weiden en woeste gronden. |
| Levenswijze |
|
De wespspin maakt zijn wielnet vlak boven de grond tussen grashalmen of kruidige planten. Zelf zit hij midden in het web, op een dichtgeweven gedeelte. De wespspin heeft het vooral gemunt op sprinkhanen. De paring eindigt meestal met de dood van het mannetje, dat tijdens de copulatie door het wijfje wordt ingesponnen en uitgezogen. Voor haar eitjes weeft het wijfje van de wesspin een ingenieuze cocons met een trechtervormige opening. |
|
een aantal bruinachtige cocons,die ze met spinsel aan een plant vasthecht ![]() |
| Ontwikkeling |
| De jonge spinnen overwinteren in de cocons en verlaten deze pas in het voorjaar. |
| Bijzonderheden |
|
Boven en onder het midden van het web weeft deze spin een zigzagvormige band van spinsel tussen de draden door. Bij verstoringen laat de spin het web snel trillen. Voor de aanvaller lijkt de band met spinsel op een onduidelijke streep, waardoor de spin gecamoufleerd is. |
|
Argiope bruennichi ![]() |
Terug naar boven




