Google
 
Web www.de-natuur.be

De gorilla - Gorilla gorilla

de gorilla







De gorilla is de grootste mensaap
De gorilla is de grootste van alle levende mensapen en samen met de twee soorten chimpansees is hij het nauwst verwant met de mens.
Uit fossiele en biochemische gegevens blijkt dat de chimpansee en de gorilla inderdaad dichter bij de mens staan dan de orang-oetan, de vierde van de mensapen.
Het zijn waarschijnlijk de intelligentste landdieren op aarde, met uitzondering van de mens, althans naar menselijke maatstaven gemeten!
Ze kunnen honderden ‘woorden’ in gebarentaal leren en ze kunnen sommige zelfs aan elkaar rijgen tot eenvoudige grammaticale zinnen’ van twee woorden.
Desondanks hebben zijn angstaanjagende uiterlijk, zijn enorme kracht en zijn imponeergedrag, waarbij hij op zijn borst roffelt, de gorilla de overigens ongegronde reputatie gegeven van een ontembaar, woest dier.
Veldstudies hebben aangetoond dat wilde gorilla’s niets woester zijn dan welk ander wild dier ook.
In Rwanda komen ieder jaar duizenden toeristen naar de gorilla’s, die geheel vrij rondlopen, kijken; ze benaderen de dieren te voet, tot op een paar meter, en er is nog nooit een bezoeker gewond geraakt.
De gorilla wordt alleen door de mens bedreigd en volwassen mannetjes zijn uitsluitend gevaarlijk agressief bij het beschermen van hun paarrechten en hun familiegroepen.
Er zijn drie gorillarassen die in twee ver uit elkaar gelegen gebieden in Afrika voorkomen.
Hoewel ze in het verleden duidelijk verwant moeten zijn geweest, worden de westelijke en de oostelijke populaties van elkaar gescheiden gehouden door de rivier de Zaïre - gorilla’s zwemmen niet graag - en door de aard van het tussenliggende terrein.
Dit is primair woud waar erg weinig bodembegroeiing is, doordat het onder het hoge, gesloten bladerdak erg donker is.
Er is daardoor absoluut niet genoeg voedsel voor de hoofdzakelijk op de grond levende gorilla.
Gorilla’s zijn hoofdzakelijk bodemdieren en viervoetig: ze lopen op de voetzolen van de achterste ledematen, maar steunen bij het lopen op de knokkels van hun handen.
Sommige, vooral jonge dieren, brengen echter veel tijd in de bomen door en soms gaan ook volwassen dieren op zoek naar voedsel in het gebladerte.
Niet te zware dieren worden soms waargenomen als ze zich slingerend aan hun armen door de bomen voortbewegen.
berggorillawijfje met jong






Hier zie je een bergorillawijfje met haar jong
De gorilla is veel groter dan zijn naaste familielid de chimpansee en ook zijn de vachtkleur en de lichaamsverhoudingen anders (langere armen, kortere en brede handen en voeten).
De gorilla is veel zwaarder gebouwd en veel van de verschillen hebben hiermee te maken. Voornamelijk moeten de veel grotere kiezen (vooral de maalkiezen), die nodig zijn om zo’n groot lichaam van voedsel te voorzien, ook door veel grotere kaakspieren worden bewogen.
Vooral de slaapspieren zijn goed ontwikkeld; ze komen bij mannelijke gorilla’s samen in het midden van de schedel, waar ze vastzitten aan een hoge beenkam.
Gorillawijfjes en chimpansees hebben soms een kleine kam, maar een grote, die samenkomt met een grote beenkam (de nekkam) aan de achterkant van de schedel, is een duidelijk kenmerk van gorillamannetjes, waardoor de vorm van de kop aanzienlijk verandert.
Bovendien hebben gorillamannetjes hoektanden die in verhouding tot het lichaam veel groter zijn dan die van chimpanseemannetjes en ook groter dan de hoektanden van de wijfjes.
De gorilla heeft kleine oren en de neusgaten worden begrensd door brede randen (neusvleugels) die tot de bovenlip doorlopen.
Gorilla’s zijn hoofdzakelijk bladeters; ze houden meer van bladeren en bladstengels dan van vruchten.
De soorten planten en struiken die het voedsel van de gorilla vormen, groeien beter in meer open secundair en bergwoud, waar voldoende licht aanwezig is.
Hoewel ze maar in een klein deel van Afrika voorkomen, omvat de biotoop van de gorilla een grote verscheidenheid aan hoogten, van zeeniveau in West-Afrika tot 3790 meter in het oosten.
Van alle mensapen (familie Pongidae) heeft de gorilla de meest stabiele groepspatronen. Dezelfde volwassen dieren trekken maandenlang, vaak zelfs jarenlang, met elkaar op.
Doordat gorilla’s hoofdzakelijk bladeters zijn, kunnen ze het zich veroorloven in deze relatief permanente groepen te leven.
In tegenstelling tot de meeste andere apen kunnen mensapen geen onrijpe vruchten verteren, en anders dan bladeren zijn in Oost- Afrika rijpe vruchten te schaars om grote permanente groepen van vruchtenetende dieren te voeden, zelfs al zouden ze maar half zo groot zijn als gorilla’s.
In West-Afrika, waar vruchten een veel groter deel van het voedsel van de gorilla uitmaakt dan in het oosten is de groepsomvang ongeveer de helft van die in Oost-Afrika.
(De hoofdzakelijk vruchtenetende chimpansee en de orang-oetan zijn vrijwel solitair.)
mannelijke gorilla












Op de foto een mannelijke gorilla
Door hun grote omvang en hun menu van bladeren kunnen gorilla’s niet voortdurend grote afstanden afleggen en toch nog tijd overhouden om te foerageren en hun grote hoeveelheden voedsel te verteren.
Vanwege de overvloedige voedselvoorraad hoeven ze onder natuurlijke omstandigheden ook niet ver te gaan om genoeg voedsel te vinden.
Hoewel de woongebieden van gorillagroepen 5 tot 30 vierkante kilometer groot zijn, afhankelijk van de streek, leggen de dieren normaal maar 0,5 tot 1 kilometer per dag af.
Zelfs bij een gebied van maar 5 vierkante kilometer moet een omtrek van 8 kilometer gecontroleerd worden als ze het gebied zouden willen verdedigen.
Gorilla’s zijn te groot en lopen te langzaam om dit te doen en daarom wordt het gebied niet verdedigd.
Als gevolg daarvan overlappen de gebieden van naburige groepen elkaar aanzienlijk, zelfs de meest gebruikte ‘kerngebieden’ vallen deels samen.
Gorilla’s blijven nooit zolang op dezelfde voedselplaats tot ze deze volkomen hebben kaalgegeten.
Ze bijten de begroeiing slechts zover af dat er genoeg jong groen overblijft.
Ze foerageren meestal ‘s morgens en ‘s middags en rusten een paar uur midden op de dag.
‘s Nachts bouwen ze een ‘nest’: een plateau van takken en bladeren, dat ervoor zorgt dat ze niet op de koude grond hoeven te liggen, dat voorkomt dat ze van een steile helling afrollen en dat steun geeft in een boom.
Op grotere hoogten in Oost-Afrika doen gorilla’s hun behoeften’s nachts in het nest, wellicht omdat het te koud is om eruit te gaan.
Door het ontbreken van vruchten op hun menu zijn de uitwerpselen echter droog, zodat hun vacht niet bevuilt wordt.
In West-Afrika, waar ze wel vruchten eten worden slechts zeer zelden nesten met uitwerpselen aan getroffen.
Gorilla’s hebben geen duidelijk voortplantingsseizoen.
Er wordt meestal slechts één jong tegelijk geboren (evenals bij chimpansees en orang-oetans).
In het zeer zeldzame geval dat er een tweeling geboren wordt, zijn de jongen meest al zo klein en vindt de moeder, die de jongen de eerste paar maanden moet dragen, het zo moeilijk voor twee jongen te zorgen, dat één van de twee altijd doodgaat.
Pasgeboren jongen wegen 1,8 tot 2,3 kilo en hun grijzig-roze huid is spaarzaam met haar bedekt.
Na ongeveer negen weken beginnen ze te kruipen en ze kunnen lopen vanaf een leeftijd van 30 tot 40 weken.
De moeder stopt met zogen als de jongen 2 tot 3 jaar zijn en de wijfjes krijgen om de ongeveer vier jaar een jong.
Het hoge sterftecijfer van 40 procent in de eerste drie jaar betekent echter dat er slechts één keer in de 6 â 8 jaar een jong wordt geboren dat in leven blijft.
gorilla









De gorilla ook wel bekend als King Kong
Gorillawijfjes zijn geslachtsrijp als ze 7 â 8 jaar oud zijn, maar beginnen zich meestal pas voort te planten als ze zo’n 10 jaar zijn.
Mannetjes worden iets later volwassen, maar door de onderlinge concurrentie om een partner beginnen slechts weinig dieren zich voort te planten voor ze 15 tot 20 jaar oud zijn.
De omvang van gorillagroepen varieert van 2 tot ongeveer 35 dieren, maar meestal zijn het er 5 tot 10.
Een gemiddelde groep in het oosten (Rwanda, Oeganda en het Oosten van Zaïre) bestaat uit ongeveer drie volwassen wijfjes, vier of vijf jongen van uiteenlopende leeftijden en één geheel volwassen mannetje, dat ook wel ‘zilverrugmannetje’ wordt genoemd vanwege zijn zilvergrijze rug.
Groepen in West-Afrika tellen gemiddeld ongeveer vijf dieren.
Omdat ook deze groepen altijd één zilverrugmannetje hebben, komen de verschillen voort uit de aantallen wijfjes en jongen.
Maar het grootste verschil tussen de gebieden zit niet in het gemiddelde, maar in de maximale groepsomvang.
In het westen zijn groepen van meer dan l0 dieren zeldzaam, maar in het oosten zijn groepen van 15 tot 20 dieren niet ongewoon en in Zaïre zijn een paar groepen van meer dan 30 dieren waargenomen.
Het zilverrugmannetje is het belangrijkste dier voor de samenhang van de groep.
In tegenstelling tot de wijfjes van de meeste andere sociaallevende zoogdieren verlaten de gorillawijfjes de geboortegroep in de puberteit om zich bij andere groepen te voegen.
Omdat ze dus meestal uit verschillende groepen afkomstig zijn, zijn de volwassen wijfjes in de harem van een zilverrugmannetje meestal geen familie van elkaar.
De sociale banden tussen de wijfjes zijn zwak en er is weinig verschil merkbaar in de sociale status tussen de wijfjes onderling.
Anders dan het geval is bij vele andere primaten is het de band tussen ieder wijfje en het zilverrugmannetje die de groep in stand houdt, en niet de band tussen de wijfjes onderling.
De aantrekkingskracht van het zilverrugmannetje voor de wijfjes is het duidelijkst tijdens de middagpauze, als de dieren spelen (hoofdzakelijk jonge dieren), slapen of elkaars vacht verzorgen.
Het vlooien, dat zowel vachtverzorging als een uitdrukking van genegenheid en verbondenheid is, komt bij gorilla’s niet zoveel voor als bij andere sociaallevende primaten. Als ze het doen, betreft het meestal moeder en jongen, volwassen wijfje en zilverrugmannetje, en soms onvolwassen dier en zilverrugmannetje, vooral als het jonge dier een wees is. Vlooien wederzijds van volwassen wijfjes is zeldzaam.
De meeste jonge volwassen mannetjes verlaten de groep en trekken alleen rond – soms jarenlang - tot ze wijfjes uit andere groepen om zich heen hebben verzameld en hun eigen harem kunnen vestigen.
Deze jonge zilverrugmannetjes verlaten de groep meestal uit zichzelf, voor ze door de groepsleider weggejaagd worden.
Agressie bij gorilla’s is uiterst zeldzaam en ernstige gevechten komen alleen voor als een groepsleider ofwel een andere groepsleider tegenkomt, ofwel - wat meestal het geval is - een solitair zilverrugmannetje.
Dan vertonen de twee mannetjes een uitgebreid imponeergedrag: de beroemde gewoonte zich op de borst te slaan kan vergezeld gaan van een reeks schreeuwen, het afrukken van takken en bladeren en zijdelings wegrennen, hetgeen allemaal bedoeld is om de rivaal te intimideren en mogelijk ook om indruk te maken op zijn wijfjes.
gorillafamilie











Een gorillafamilie echt wel de moeite om te zien
In het algemeen lijken wijfjes die hun geboortegroep verlaten er de voorkeur aan te geven zich bij solitaire mannetjes of kleine groepen te voegen in plaats van bij grote, gevestigde groepen.
Eenzame mannetjes lijken ook bereid te zijn harder om hun wijfjes te vechten dan de aanvoerders van gevestigde groepen en vormen daardoor een grotere bedreiging voor ‘gevestigde’ aanvoerders.
Als wijfjes hun geboortegroep verlaten, blijven ze meestal niet bij het eerste mannetje waar ze naar toe gaan.
Veel factoren hebben hun keuze waarschijnlijk beïnvloed.
Een daarvan zou de kwaliteit van het gebied van het mannetje kunnen zijn, maar een andere factor is vrijwel zeker de vechtkunst van het mannetje, waardoor het wijfje een indruk krijgt van het vermogen van het mannetje om haar en haar jongen tegen roofdieren en andere mannetjes te beschermen.
Bescherming tegen andere mannetjes is belangrijk: ongeveer een kwart van de jongen wordt vermoord door mannetjes die niet de vader van de jongen zijn.
De meest waarschijnlijke verklaring hiervoor is dat een indringer die de jongen van een wijfje doodt met haar kan paren, en zich op die manier sneller kan voortplanten dan een mannetje dat dit niet doet.
Het lijkt erop dat als een mannetje eenmaal met succes een harem heeft gesticht, hij daar de rest van zijn leven bij blijft.
Omdat sommige mannetjes vrijwel permanent over een aantal wijfjes beschikken, terwijl andere geen enkel wijfje hebben, is de concurrentie om wijfjes hevig: de felle gevechten tussen mannetjes getuigen daarvan.
Het is duidelijk dat tot op zekere hoogte een groot postuur een voordeel is bij deze gevechten, en bij het imponeergedrag dat er aan vooraf gaat.
Concurrentie tussen de mannetjes is dus vrijwel zeker een van de verklaringen voor de verschillen in lichaamsvorm en -omvang, grootte van de hoektanden en kaakspieren tussen de seksen.
Hierin stemt de gorilla met de meeste andere polygyne zoogdiersoorten overeen.
Gegeven de concurrentie tussen mannetjes en de noodzaak voor het mannetje van deze langzame bodemdieren om wijfjes en jongen te beschermen, is het zeer waarschijnlijk dat door natuurlijke selectie mannetjes met grote hoektanden eerder overleven.
De gorilla is in ieder geval een van de primatensoorten met de grootste verschillen tussen de seksen: de mannetjes zijn bijna tweemaal zo groot als de wijfjes en hebben bovendien een andere kleur.
Het aantal gorilla’s dat nu nog in het wild leeft is niet precies bekend, want er is een veel te klein gedeelte van hun verspreidingsgebied onderzocht.
We moeten een schatting zien te maken, en de best beschikbare schatting (1980) vermeldt minstens 9000 exemplaren in het westen van Centraal-Afrika en 4000 in het oosten, waarvan er slechts 365 berggorilla’s zijn.
De meeste ervan zijn bedreigd; de dieren en hun biotoop zijn aan het verdwijnen en dit zal steeds sneller gaan.
Gabon, waarvan het landoppervlak nog voor driekwart bedekt is met woud, en waar de menselijke bevolkingsdichtheid laag is en maar langzaam toe neemt, bevat ongeveer de helft van de westelijke populatie van de laagland-gorilla en Zaïre bijna de hele oostelijke populatie.
In het hele verspreidingsgebied van de gorilla in Afrika worden de wouden waarvan hij afhankelijk is omgehakt voor de houtindustrie en gerooid om plaats te maken voor de landbouw en in sommige gevallen, voor industriële ontwikkeling.
Vroeger was ontbossing niet erg omdat de menselijke bevolkingsdichtheid laag genoeg was om aan zwerflandbouw te doen.
De verlaten velden met hun secundaire begroeiing verschaften voedsel in overvloed voor de gorilla.
In de loop van de tijd blijven steeds meer open plekken echter onbegroeid.
In het begin van de jaren zestig leefden er nog gorilla’s in Nigeria.
Nu zijn ze daar vrijwel zeker uitgestorven en veehouderijen hebben de plaats ingenomen van wat ooit het woongebied van de gorilla was.
Een andere bedreiging is de jacht, hoewel dit een klein probleem is in vergelijking met de ontbossing.
Oeganda en Rwanda vormen een uitzondering, maar elders worden gorilla’s gedood voor hun vlees en omdat ze cultuurgewassen plunderen.
In West-Afrika worden gorilla’s in grote delen van hun verspreidingsgebied als schadelijk beschouwd en vuurwapens zijn daar algemeen.
Gorillavlees wordt niet alleen door de plaatselijke bevolking gegeten, maar in Gabon bijvoorbeeld wordt het in restaurants in de grote steden geserveerd.
babygorilla









Een babygorilla, jammer dat deze dieren worden bedreigd
Dierentuinen hebben ook hun tol geëist.
Tegen het einde van 1976 waren van de 497 gorilla’s die in gevangenschap leefden, 402 in het wild gevangen.
Minstens een derde en waarschijnlijk meer dan de helft hiervan was afkomstig uit Kameroen.
Omdat voor iedere gorilla die een dierentuin bereikt er minstens twee onderweg gestorven zijn, betekent dit dat er minstens 1200 gevangen zijn.
Hoewel de handel de laatste jaren flink is afgenomen, is de huidige prijs die voor een jonge gorilla betaald wordt genoeg om de handel in gorilla’s voor de dierentuin in stand te houden.
Wetten om de jacht op en de vangst van gorilla’s te beperken bestaan in alle acht de landen met wilde gorillapopulaties, maar in slechts één ervan - Zaïre - is de soort geheel door de wet beschermd en in geen van de landen worden de wetten op afdoende wijze gehandhaafd.
Ook tegenwoordig komen er nog steeds jonge gorilla’s uit Zaïre voor de verkoop.
Hoewel er nationale parken of reservaten met gorilla’s zijn in alle landen behalve de Centraal-Afrikaanse Republiek, is slechts ongeveer eenderde van de ongeveer 29 500 vierkante kilometer van deze natuurgebieden geschikt als leefmilieu voor de gorilla.
Minder dan 5000, en waarschijnlijk maar zo’n 3000, gorilla’s leven inderdaad in nationale parken of reservaten.
Zelfs daar zijn de dieren niet veilig.
De handel in gorillaschedels (die als souvenirs aan toeristen worden verkocht) in het Virunga Vulkanen Nationaal Park van Rwanda en Zaïre, en de aanwezigheid van dorpen en houtzagerijen binnen het Okanda Nationaal Park in Gabon zijn daar een illustratie van.
Evenmin kan het voortbestaan van de beschermde gebieden zelf worden gegarandeerd: in 1968 werd bijna een vijfde van het Virunga Vulkanen Nationaal Park, een van de slechts twee reservaten voor de zeldzame berggorilla, in gebruik genomen voor de teelt van cultuurgewassen.
In alle landen waar gorilla’s leven is het buitengewoon moeilijk voor de regering uitgebreide beschermingsprogramma’s te financieren vanwege haar andere dringende problemen.
De ecologische stabiliteit op de lange termijn wordt meestal opgeofferd voor economische belangen op de korte termijn, vaak met directe aanmoediging van internationale ontwikkelingsorganisaties.
Als we de gorilla willen redden, moeten internationale beschermingsorganisaties de bestaande reservaten steunen en uitgebreide onderzoeken in West- Afrika en Zaïre financieren om de belangrijkste concentraties van gorilla’s te bepalen, waar dan reservaten gevestigd kunnen worden.
Uiteindelijk moet de plaatselijke bevolking de gorilla’s en de wouden waarin ze leven gaan waarderen.
Daarom is het financieren van beschermingsprogramma’s, opleiding en de ontwikkeling van toerisme (waarbij in het wild levende gorilla’s een belangrijke bron van inkomsten worden) bijzonder belangrijk.
Dergelijke programma’s zijn de laatste tijd met succes opgezet in Rwanda.
Dit zijn echter wanhopige pogingen achteraf.
Op de lange duur zal het welzijn van zowel de gorilla als de mens afhangen van het beperken van de menselijke populatiedichtheid en het toenemen van de productiviteit van de nu beschikbare landbouwgronden.
Alleen hierdoor zal de steeds toenemende behoefte aan nog meer land en de daarmee gepaard gaande vernietiging van het leefmilieu van de gorilla tot staan kunnen worden gebracht.
De geschiedenis van de betrekkingen van de mens met gorilla’s is gehuld in mythen en legenden (en natuurlijk de griezelfilm: King Kong, uit 1933, met een remake die in 1976 uitkwam).
Het was in 1959 dat de Amerikanen George en Kay Schaller begonnen met het eerste grondige onderzoek naar gorilla’s door ze van dichtbij te bestuderen, over een periode van twee jaar.
Dit werk is de basis geweest voor latere studies van deze vreedzame dieren en het heeft de gorillamythe voorgoed ontzenuwd.

Algemene kenmerken

Enige lid van het geslacht
Familie: Pongidae

  • Verspreiding: de gorilla is verspreidt over Centraal-Amerika

  • Biotoop: zijn natuurlijke omgeving van de gorilla is het tropisch secundaire woud

  • Grootte: gemiddelde lengte van het mannetje is 170cm, soms tot 180 cm, het gewicht varieert tussen de 140-180 kg.

  • Lengte van de wijfjes tot 150 cm, het gewicht van een vrouwtje is ongeveer 90 kg.

  • In gevangenschap vaak zeer gezet: geregistreerd gewicht van mannetje 340 kg.
  • Vacht: zwart tot bruingrijs, wordt grijzer naarmate ze ouder worden, mannetjes met breed zilvergrijs zadel.
    Haar op de rug kort, verder lang.
    Huid vrijwel vanaf geboorte gitzwart.

  • Draagtijd: de gorilla heeft een draagtijd die schommelt tussen de 250-270 dagen.

  • Levensduur: in het wild kan de gorilla ongeveer 35 jaar worden, in gevangenschap kan hij een leeftijd van 50 jaar bereiken.
  • Hieronder de drie rassen van de gorilla

    westelijke laagland-gorilla












    westelijke laagland-gorilla
  • De Westelijke laagland-gorilla (G.g. gorilla).

  • Komt voor in Kameroen, Centraal-Afrikaanse Republiek, Gabon, Kongo, Equatoriaal Guinea.
    Vacht bruingrijs, en het zilvergrijze zadel van het mannetje loopt door tot op achterdeel en dijbenen.
    oostelijke laagland-gorilla







    De Oostelijke laagland-gorilla (zie informatie hierondder)
  • Oostelijke laagland-gorilla (G.g. graueri)

  • Deze soort komt voor in Oost-Zaïre.
    De vacht zwart.
    Kaken en gebit groter, gezicht langer, en lichaam en borst breder en gladder dan bij de westelijke laagland-gorilla.
    berggorilla








    De Berggorilla (zie info hieronder)
  • Berggorilla (G.g. beringei).

  • De berggorilla komt voornamelijk voor in Zaïre, Rwanda, Oeganda op hoogten van ongeveer 1650-3790 m.
    Vacht en lichaamsbouw lijken op die van oostelijke laagland gorilla, maar met langer haar, vooral op de armen.
    Kaken en gebit zelfs langer, maar armen korter.
    (B) = Bedreigd, de bedreigde soort is de Berggorilla (Gorilaa gorilla beringei)
    (K) = Kwetsbaar, de bedreigde soort is de gorilla (Gorilla gorilla)
    Hieronder het geluid van de Gorilla



    Zie ook....


    Terug naar boven
    De natuur
    http://www.natuur-wereld.be/natuur/de-natuur.php
    http://www.de-natuur.be/pages/natuurverschijnselen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/bodem_en_compost.html
    http://www.de-natuur.be/pages/bloemen_en_planten_1.html
    http://www.de-natuur.be/pages/bloemen_en_planten_2.html
    http://www.de-natuur.be/pages/klimplanten.html
    http://www.de-natuur.be/pages/waterplanten.html
    http://www.de-natuur.be/pages/struiken.html
    http://www.de-natuur.be/pages/bomen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/fruitbomen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/esdoorns.html
    http://www.de-natuur.be/pages/notebomen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/populieren.html
    http://www.de-natuur.be/pages/paddestoelen_1.html
    http://www.de-natuur.be/pages/paddestoelen_2.html
    http://www.de-natuur.be/pages/kruiden.html
    http://www.de-natuur.be/pages/kruiden_2.html
    http://www.de-natuur.be/pages/cactussen_en_vetplanten.html
    http://www.natuur-wereld.be/natuur/amfibieen/amfibieen.php
    http://www.de-natuur.be/pages/kikkers.html
    http://www.de-natuur.be/pages/padden.html
    http://www.de-natuur.be/pages/salamanders.html
    http://www.de-natuur.be/pages/apen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/buideldieren.html
    http://www.de-natuur.be/pages/haasachtigen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/herten.html
    http://www.de-natuur.be/pages/hoefdieren.html
    http://www.de-natuur.be/pages/insecteneters.html
    http://www.de-natuur.be/pages/knaagdieren.html
    http://www.de-natuur.be/pages/roofdieren.html
    http://www.de-natuur.be/pages/spinnen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/vleermuizen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/zeezoogdieren.html
    http://www.de-natuur.be/pages/reptielen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/kameleons.html
    http://www.natuur-wereld.be/natuur/reptielen/groene-leguaan.php
    http://www.de-natuur.be/pages/insecten.html
    http://www.de-natuur.be/pages/bijen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/dagvlinders.html
    http://www.de-natuur.be/pages/kevers.html
    http://www.de-natuur.be/pages/krekels.html
    http://www.de-natuur.be/pages/libellen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/luizen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/nachtvlinders.html
    http://www.de-natuur.be/pages/sprinkhanen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/teken.html
    http://www.de-natuur.be/pages/pijlstaarten.html
    http://www.de-natuur.be/pages/vliegen.html
    http://www.de-natuur.be/pages/waterjuffers.html
    http://www.de-natuur.be/pages/vogels.html
    http://www.de-natuur.be/pages/uilen.html
    http://www.natuur-wereld.be/natuur/vogels/papegaaien/grijze-roodstaart.php
    http://www.de-natuur.be/pages/pimpelmees.html
    http://www.de-natuur.be/pages/koolmees.html
    http://www.de-natuur.be/pages/roofvogels.html
    http://www.de-natuur.be/pages/watervogels.html
    http://www.de-natuur.be/pages/vissen.html
    eXTReMe Tracker