|
|
|
Kenmerken Bloeitijd Voorkomen Bijzonderheden Goede kenmerken ![]() |
| Kenmerken |
|
Deze klimplant kan zich tot 3 m hoogte omhoogwerken. De dunne stengels winden zich tegen de klok in rond takken van struiken. De soort is dadelijk te herkennen aan de pijlvormige bladen en de grote, witte trechtervormige bloemen. De kelk gaat schuil achter twee grotere schutbladen aan de bloemsteel. Na de bloei verschijnen grote, lichtbruine doosvruchten, die door de kelk omsloten blijven en na droging via overlangse spleten opengaan. De zaden worden door de wind of met regendruppels verspreid. |
| Bloeitijd |
| De Haagwinde bloeit vooral in de maanden mei tot september. |
| Voorkomen |
| De Haagwinde groeit bij voorkeur op vochtige plaatsen, zoals ooibossen, bosranden, heggen en rietkragen, en dan vooral op vochtige, voedselrijke bodem. |
![]() |
| Bijzonderheden |
|
De tot 7 cm lange, nauwelijks geurende bloemen zijn ook’s nachts geopend. lnsecten kunnen niet gemakkelijk bij de honing; de bloemen zijn geheel ingericht op de bestuiving door de Windepijlstaart. Die nachtvlinder heeft een 8 cm lange roltong, waarmee de honing op de bloembodem kan worden bereikt. In tuinen kan de Haagwinde lastig worden, omdat hij andere planten verstikt. |
| Goede kenmerken |
| De sneeuwwitte bloemkelk van de Haagwinde wordt omsloten door twee grote, groene, hartvormige schutbladen. |
Terug naar boven




