|
|
|
Kenmerken Geluid Voorkomen Voedsel Broeden Volksnamen Determinatietip ![]() |
| Kenmerkenvolksnamen |
|
Deze ongeveer Huismusgrote zangvogel is misschien wel onze bekendste tuinbewoner. De zwarte kop met wangen en heldergele onderzijde met zwarte lengtestreep vormen de belangrijkste kenmerken. De rug en schouders zijn olijfgroen, grijze stuit en bruin-blauwegrijze staart met witte zijranden. De onderzijde is geel met de overlangse zwarte band midden over de onderzijde. De witte wangen hebben de vorm van een driehoek, de snavel is zwart en de poten loodgrijs. |
| Geluid |
|
Ook de Koolmees beschikt over een arsenaal aan roepen, van een scheldend ‘tsjerrrr’ en een helder, Vinkachtig ‘pink’ tot een fijn ‘sisisi’. De zang, meestal vanaf een opvallende post voorgedragen, is een twee- of drielettergrepige strofe die voortdurend herhaald wordt: ‘titita’ of ‘titč’. |
| Voorkomen |
|
Afgezien van uniform naaldbos komen Koolmezen in bijna elk landschap voor, zolang er maar bosjes en bomen te vinden zijn. Ze zijn het hele jaar te vinden in loofbossen, parken en tuinen Zelfs tot middenin de stad. In oktober vindt een instroom van Koolmezen uit Noord- en Oost-Europa plaats. Onze Koolmezen zijn grotendeels stand- of zwerfvogel. Heel wat vreemde koolmezen komen bij ons door. |
![]() |
| Voedsel |
|
De Koolmees eet hoofdzakelijk insecten, waaronder kleine rupsen, spinnen, en in herfst en winter ook zaden en nootjes, die zowel in bomen en struiken als op de grond worden gezocht. Ook bessen, blad- en bloemknoppen. Op voedertafels wordt bijna elk soort voedsel gegeten. |
| Broeden |
|
De Koolmees broedt tussen april en juli en brengt meestal 2 broedsels met elk 8 - 12 witte, rood gevlekte eieren voort. Het nest bestaat uit mos, haren, veren, enzovoort, maar is doorgaans wat grover dan dat van de Pimpelmees. Het wordt eveneens in boomholten gemaakt, en ook vaak in nestkasten. Het vrouwtje broedt, maar beide ouders zorgen voor de jongen. De jongen verlaten het nest na ongeveer 16 dagen. |
![]() |
| Volksnamen |
|
Bieteut, plakker, biemees, biemus, biemuis, blokvinkje, grote mees, biepikker, koordemus, blauwe tietemus, keesmus, blokmees, geespook, steekmees, slagmees, dubbel mees, brandmees, hotmuuske |
| Determinatietip |
| De jonge Koolmezen zijn valer dan de ouders en hebben gele wangen en een geelbruine bovenzijde. |
Terug naar boven




